|
Betreft mededeling door politie van identiteitsgegevens van de vermoedelijke daders van bepaalde misdrijven aan securail. De mogelijkheid bestaat dat de vaststellingen van het rijden door passagiers zonder geldig vervoersbewijs of andere misdrijven (graffiti, belemmeren dat de treindeuren zicht sluiten, weigeren zich te identificeren, bepaalde feitelijkheden op perrons of treinen, enz...) niet door politieambtenaren gebeuren maar wel door de beëdigde veiligheidsagenten van Securail. Een probleem kan zich in dat geval stellen wanneer de verdachte weigert zich te (laten) identificeren, in welk geval beroep wordt gedaan op de politiediensten (hetzij de lokale politie, hetzij de spoorwegpolitie). Sedert enige tijd bestond er echter juridische twijfel nopens het al dan niet bestaan van wettelijke belemmeringen voor de bovenvermelde gegevensoverdracht van identiteitsgegevens door de politiediensten aan Securail. In deze is het belangrijk vast te stellen dat de beëdigde veiligheidsagent van Securail: - Wanbedrijven kan vaststellen met een proces-vervaal dat bewijskracht heeft tot bewijs van het tegendeel. -Identiteitscontroles kan doen conform artikel 34 §1 en §4, 1e en 3e lid wet politieambt. Op grond van artikels 34 §1 WPA moeten zij zelfs de identiteit controleren van éénieder die een misdrijf heeft gepleegd (het rijden zonder geldig vervoersbewijs is een misdrijf) Artikel 17 van het koninklijk besluit van 20 dec 2007 houdende regelement van de politie op de spoorwegen stelt bovendien: "De reizigers moeten hun vervoersbewijs vertonen en ter controle overhandigen aan de statutaire personeelsleden die beëdigd zijn telkens wanneer die daarom verzoeken. De reizigers moeten hun identiteit bewijzen wanneer dit noodzakelijk is voor de controle van de regelmaat van het vervoersbewijs of bij de afwezigheid van een vervoersbewijs". Er is dus een IDENTIFICATIEVERPLICHTING voor de reiziger. Ook de weigering die identificatieverplichting na te komen maakt een WANBEDRIJF uit! Men moet aannemen dat de politiediensten BIJSTAND VERLENEN aan de nmbs of meer specifiek aan de voormelde beëdigde ambtenaren wanneer de verdachte zich niet wil laten identificeren. De bijstand van de politie bestaat er dan in deze identiteitsgegevens waartoe de beëdigde ambtenaren van de nmbs wettelijk toegang hebben, OVER TE MAKEN, om deze laatste toe te laten hun wettelijke taken uit te oefenen. Deze bijstand vindt zijn grondslag in art. 46, 2e lid WPA. Vermits het bovendien gaat om identiteitsgegevens die in een opsporingsonderzoek vervat liggen en met verwijzing naar de verplichting opgelegd aan de politiediensten op grond van artikel 29 van het wetboek van strafvordering en 44/6 wet politieambt, komt het ook in deze gevallen aan de procureur-generaal toe een algemene toestemming van gegevensoverdracht vanuit de politie naar de nmbs toe te staan op grond van artikel 125 tarief in strafzaken. Om deze reden zal bij de vaststelling van misdrijven door securail en waarbij de politie in bijstand komt met het oog op de identificatie van de verdachte, na ontvangst van een verzoek dat tot de politie zal worden gericht door voormelde beëdigde ambtenaar of bevoegde dienst van de nmbs, de daartoe aangezochte politiedienst schriftelijk de identiteit en het adres van deze verdachte mededelen. De mededeling zal principieel binnen de 5 werkdagen gebeuren.
|